Dearest darling,
Once I was lost, wandering of into my mind
bothering and boringly sane
ruthlessly killing loving thoughts.
Only an angel like you could wake me.
Unexpecting to get your friendship
trembling anxiously None of this exists,
incomprehensible for other subtler minds.
Saving and cooperating in fear of persuasiveness.
Amiable looking lads in their costumes, aren’t they?
No-one said in the shadow of my eyelids.
Increasingly louder became the scream for righteousness.
Something had to be done. But what, where, how and who?
Handling the crowds was one thing, but controlling them,
that was the hard part.
And where, where was the fine doctor? And where o where was that bloody phone?
08/09/2004 © Philip Meersman
Gletsjers glijden gewillig
gloeiend gaten glooiend dichtend
langzaamaan verstijven
tegenstribbelen verdrijven
verdrinken in kristallen
ijs vastberaden
dichtbij
verleden
pijn
schrijnend
enkel vrienden zijn
sleehonden rennen
de hitte uit het lijf
vrezend vraatzuchtig verteerd te worden
versteven
enkel onderzoek
ijstijden archeologie.
Normale tijden voor de tijd van het jaar.
De hitte dooft
de krop
gaten dichtend
kraakt pijnlijk
in mijn keel.
Alleen ik en jij
even wij
weten welk weer
stormachtig wandelend
aan de stadsrand waardig wankelt.
Jouw blik
Je stil zwijgen
Klinkt luider
dan het ruisen van mijn hart
dat staccato bonkend in mijn keel
krachtig sprekend
pyroclastische stromen
paradoxaal op papier
doet uitbarsten
vol van vurig voelen voor
verlangen
jou omarmen
je verwarmen.
Part of me knows
revolutions end suddenly
inhabited homes
abandoned unwillingly
tolerance ripped
no-man’s-land created deliberately
inhospitality defined.
Sure, I could think nicer things
appropriate for this time of day
no-one forced me, they were there
in my mind, my brain, my eyes
something said I couldn’t leave
horsemen rode, the four of them, side by side
triggering enthusiastic followers
anxiously hoping sleep would come.
08/09/2004 © Philip Meersman
Swimming through
various woodlands
elongated leafs
tall trees singing
aloud.
Tales of blankets full of roses
zinging bees sailing seas
everlasting coloured castles
ladling loudly sweet symphonies
ushering kings and queens to sleep
vintage wine grapes
kindly cared for
awaiting enlightened puppeteers.
08/09/2004 © Philip Meersman
Verplichtingen
meteorietregens
versplinteren verbrijzelen
flinterdun flappende vlindervleugels.
Vleugellam
liggend
strak uitgestrekt
geplet.
Vertroetelen
bevrijden
vrijen
verwarmen
omarmen
houden
houden van
beminnen
beschermen.
Ik wil je Atlas zijn
en voor jou
om jou
met jou
de wereld torsen
niet meer morsen
met mierenzifterijen
zwichterijen
zwijgerijen.
Mercurius brengt
kabelstromen
wuivende wimpel
verwachtingen
klikkende knoppen
verschijnende vensters
zand
loper.
Dearest darling,
Once I was lost, wandering of into my mind
bothering and boringly sane
ruthlessly killing loving thoughts.
Only an angel like you could awaken me.
Unexpected to receive
trembling anxiously
reappearance of far forgotten feelings.
Ominous, the knowledge, the love that’s bitten me.
Dogs are howling
embracing the moon
advancing the seasons
revering you.
Snow has melted the loneliness inside
vanished entirely by wandering streams
ever increasing emotions
targeting the spotted weakest link
landing the fears, the doubts, the flaws
awaiting the angel to calm the strife.
08/09/2004 © Philip Meersman
Hermes,
mocht je brengen
een teken,
een baken,
een lichtje in de stille mist.
Tranen troebelden
adem stokte, een blije snik,
een lenteveulen dartel hart
blijdschap louterde
licht gezouten druppelend
op het doosje
dat een verrassinkje was
een broertje was
van jou.
Nu jij
weer bij me bent
al is het maar
als teken
vereer ik jou
plaats te nemen
aan de poorten van mijn hart.
De sleutel heb ik aan jou gegeven
voor je één werd
met de nevel.
En nu jij hier bent,
aan mijn oever,
het antwoord
op mijn geprevel
lig ik stil
slaap ik weer
met in mijn armen
jouw teddybeer.
Prior to what was said,
reasons are found for coercion.
Inconveniently waking neighbouring tribes,
awakening distant deep divides,
tearing tangible similarities.
None of this exists,
incomprehensible for other subtler minds.
Saving and cooperating in fear of persuasiveness.
Amiable looking lads in their costumes, aren’t they?
No-one said in the shadow of my eyelids.
Increasingly louder became the scream for righteousness.
Something had to be done. But what, where, how and who?
Handling the crowds was one thing, but controlling them,
that was the hard part.
And where, where was the fine doctor? And where o where was that bloody phone?
08/09/2004 © Philip Meersman
Sensuously strolling stranged sur Schuman Square
Visiting vividly vibrant VIP's
Elevated entering eyes excavating emotions
Talking tasting tested thinking tickled
Lonely lushy lips laugh lovely
Aboard ahead away astride astray alone
'
Swaying skirts sampling sipped Scotch
Tongues touch tickle thrust tangle together
Rushingly red retracting retreating reacting rekissing
Underlying unattainability unspokenly unashamed unbeseemingly unwroughted unawareness
Train thunders taking time to tear togetherness
Hesitated hope holds hoisted howling hearts.
26/02/2004 © Philip Meersman
Van vier tot
zes
Waren we samen.
Jij en ik,
wij
wij kunnen dat beamen,
Wij twee,
wij samen.
Jij lachend, lief, naar mij
Ik starend, verlegen verliefd, naar jou
Ik verleden besprekend promotie
voor mezelf
Jij luisterend, denkend, een euro voor je gedachten
Jij verhalend over ver-vlogen
liefde, what shall we do with the drunken lover
Ik begrijpend door verhalen verleden leven.
Fietsend langs fluisterende
stranden,
samen, tastend naar elkanders handen,
verlangend naar een haard,
wat warme wijn
samen lezen lieve lippen literatuur
likken vlammen lustig laaiend
aan aangestoken aanmaakhout
de geur van den en salie,
kruidnagel en kardemon
vervult, omhult, vult mijn overijverig brein
dromend van
Het regent buiten een beetje
Een arm verdwalend op je schouder
wordt als een vermoeide renner afgeschud
Het peloton volgt
gevleugeld over blinkende klinkers en witte lijnen
een brood, gesneden, gestoken in een papieren zak
genesteld tussen jouw hart en lieve armen
O brood, ik droom een brood te zijn
Neen, niet een brood, maar juist dat brood,
liggend in jouw armen,
waar jij mij kunt verwarmen
Ik zou je graag omarmen, zoals ik deed
een afscheid lang
Ik verlang
Ik deed het fout,
vertrappelend als een stier, gevangen, gefixeerd door het rode doek
smachtend naar je tederheid,
versmachtend, bijna jou, ons, wat is - misschien - kan zijn
De regendruppels voelen
als douchen
op een subtropisch paradijs
je kushandje - van ver - mijn balsem
Ik zweef
en leef
op hoop.